Lief dagboek,

Klaartje heeft haar dagboek open laten liggen. Niet handig natuurlijk, maar voor jou wel de kans om een uniek inkijkje te krijgen in haar ontmoetingen met anderen. Lees snel verder voordat ze haar dagboek vindt en weer dichtslaat!



13 september 2020,

 

Ik wilde het niet. Haar aankijken en niet meer weg mogen kijken. Tot in mijn tenen werd een pijl getroffen met een snelheid waar je "u" tegen zegt.

Van binnen voelde het alsof de stoel waarop ik zat begon te wankelen en tollend tegen de grond zou slaan. Tranen prikten in mijn ogen. En toch.. toch was ik geraakt, voelde ik me gezien, maar wist ik niet hoe ik de warmte als een deken om mij heen mocht laten glijden en het tot me laten komen..

 

Een paar jaar eerder hoorde ik mijn collega tegen de dochter van een bewoonster zeggen: "Ik weet dat het moeilijk is om geen onctact te hebben. Ga toch maar naast haar zitten, sla eens een arm om haar heen en praat tegen haar." Deze dochter ging bij haar moeder zitten, sprak kort wat woorden maar legde haar arm niet om haar heen. 'Maar doe het dan toch!..', dacht ik.

 

En nu zat ik hier op deze stoel. En ik besefte mij dat contact maken niet kwam door een arm om iemand heen te leggen, dat kan wel, maar zeker in de basis niet in wat je te zeggen hebt. De ander kan tegen je praten, maar het horen hoeft niet. Verstaan even min. Nee. Echt contact werd hier gelegd. Door het kijken in elkaars ogen. En dan niet wegkijken. Man. Wat een openbaring. Elke volgende ontmoeting die ik met iemand had ging niet met aandacht uit naar de mond, de woorden die hier uitkwamen, maar de ogen. Daar is namelijk alles in te lezen: warmte, zachtheid, verdriet, worsteling, angst, mist, twinkelingen, dofheid of helemaal niets. Maar ook helemaal niets zegt immers alles.

 

Ik weet niet of ik het anders had kunnen doen dan die dochter destijds. Hoe kwetsbaar om je anders op te stellen dan woorden of een arm alleen. Kon ze dit wel? Een arm om haar moeder heen slaan? Had ze dit ooit wel eens gedaan? Wat zag ze in haar moeder? Wat zeiden haar ogen? Hoe tollend zat zij op haar stoel? 'Maar je hoeft niet!..', denk ik nu.

Vergeet hoe je contact maakte met, en laat los hoe je het moet doen.

Contact maken is porselein. Het is kwetsbaar én kostbaar tegelijk.

 

En de stoel waar ik destijds op zat? Dat was de stoel bij mijn eerste lesdag in de miMakker Opleiding. Aankijken en niet wegkijken, zonder te praten.

Deze ontmoeting was de start van het nieuwe ontmoeten.

6 september 2020,

Zo boos!! Mevrouw was zo boos!! Al dagen achter elkaar was haar dag gevuld met het rammelen en slaan op de deuren die naar het trappenhuisleiden. De deuren zelf zijn van mat glas en geven daardoor geen directe doorkijk. Wel waren voor haar de schimmen zichtbaar van de mensen die aan de andere kant van de deur langs kwamen gelopen.

 

Nog maar kort woonde ze nu op deze plek. Ze zag de andere bewoners in de huiskamer. Verder verzonken in dementie dan dat zij dat was. Maar een voorbode van waar zij waarschijnlijk heen zou gaan.

Haar dochter, overbelast, kon haar nu even niet bezoeken. Ze kon niet meer en moest heel letterlijk nieuwe energie opdoen.

De zorgmedewerkers konden haar niet afleiden, helpen of begeleiden. Alles sloeg ze, letterlijk, van zich af.

 

Ik werd geraakt toen ik haar zag. Rond dolend in haar angsten, verdriet en onzekerheid. Wegzakkend in de enige uitweg die er was: vechten totdat ze teruggeworpen zou worden in het toekomstbeeld waarin ze met haar medebewoners in meegezogen werd.

Er zat voor mij niets anders op dan... voelen. 

Niet invullen, niet afremmen, niet sussen. Nee. Voelen!

 

En dat raakt! Dat doet pijn. Het raakt je ziel tot in de bodem. Het laat je rillen, om je as draaien en afglijden tot in de diepte waar de ander ook is.

Ik kan niet anders dan dit te voelen, het in mijn lijf te laten zakken en daar ook te staan.

Zij en ik. Samen tegen de grote donkere bui die boven haar hing.

 

We hebben geslagen op de deuren. Geschreeuwd. Gescholden. Gehuild... tot we niet meer konden. Tot we elkaar zagen, voelden en deelden. Samen gleden we naar de vloer naast de deur. Een half uur lang zaten we uitgeput voor ons uit te kijken, te overdenken en leeg te zijn.

Maar dat punt. Het punt dat ik begon te voelen en te leven in haar moment, kwam er ruimte voor wat zij nog kon zegen, ervaren en verwoorden. Dat punt.. dat punt gaf rust.

 

Het was eruit. Alles waar ze niets mee kon, blokkeerde en in terug geworpen werd.

De dag zelf was een uitputting voor haar. Ze was moe door alles wat ze gegeven had. Maar het gaf ook lucht, ruimte en erkenning. Ze voelde zich gezien, van waarde en erkent.

Dat moment heeft haar rust gegeven.

Ze heeft dit nooit meer hoeven doen.