Klaartje heeft haar dagboek open laten liggen. Niet handig natuurlijk, maar voor jou wel de kans om een uniek inkijkje te krijgen in haar ontmoetingen met anderen. Lees snel verder voordat ze haar dagboek vindt en weer dichtslaat!



27 december 2013,

Ik koos er bewust voor om je op te zoeken. Op de andere afdelingen was het druk en waren er te veel prikkels voor de mensen. Ik kon er voor kiezen om hier bovenuit te komen en een heel circus op te zetten, maar daar kom ik juist niet voor. Dat circus wordt maar een andere keer ingehuurd. Ik weet dat je vaak op de gang bent. Alleen, zoekend. Ik kies er voor om naar jou te gaan...

 

En inderdaad. Ik trof je op de gang. Je stond bij de deur van de huiskamer. Met je gezicht naar het raam, je blik naar beneden gericht. Ik kwam naast je staan. Je gezicht ging een klein stukje omhoog en je zei: “ha, lieverd”. “Ha, Huub.” antwoord ik…

 

Je pakte mijn hand en we draaiden om. Ik volgde jou en we liepen samen jouw wereld in. Niet heel groot zo besefte ik snel. We kwamen bij de grens. De blauwe vlakte op de vloer stopte en ging over in een gele vlakte. Geen directe doorgang voor ons. We tasten nog even met onze voeten de grens af, maar de stap zelf durven we niet te nemen. Ons te eng.

 

We draaien ons om. En lopen door. Alleen onze voeten zijn zichtbaar, de geluiden om ons heen klinken als een doffe cimbaal, ver weggestopt in een emmer. En dat niet alleen. Het is ook koud. Ijskoud! Ik begin te bibberen, je draait je naar mij. Maar het wordt niet warmer. Ik bibber nog harder. Je slaat je arm om me heen. Maar het wordt niet anders. We kijken om ons heen en zien alleen de vlakte. Jouw voeten… en de mijne.. Maar de wind is te voelen. Op het gezicht. Op de armen. Door het lichaam... Met je linker hand voel je om je heen en  ik.. ik mag wegkruipen onder je rechterarm. “Ik heb het koud Huub. Het is koud”. “Ja het is koud. Kom maar.” Ik kruip nog verder weg, met mijn hoofd op zijn schouder.

 

Zo staan we weer even, totdat je hand de niet zichtbare schuif heeft gevonden. En hem dicht weet te doen. Eigenlijk maar een raar ding die schuif! Een groot vierkant wat heen en weer kan bewegen. Verder doet het niets. Maar de koude wind is nu in ieder geval weg!

 

We draaien ons om. Je arm glijdt van mijn schouder en pakt mijn linkerhand. En al snel zijn we daar weer. Bij de grens. Niet dezelfde grens als even geleden. Deze grens is lichter. Maar hij is er wel! Nu durven we het misschien wel? Langzaam en bedachtzaam tasten onze voeten deze opnieuw af. Ik tel af: “Een, twee… drie..” Samen stapt onze eerste voet over de grens. De tweede volgt al snel. We staan stil. Een diepe zucht van ons beiden. Alsof het afgesproken was. Maar nee.. het was er gewoon.. Nog staan we even stil. Je draait je iets naar mij. Ik mag mijn hoofd weer bij je neer leggen. En dat is het enige wat we doen. Staan, er zijn en er laten zijn.. Achter ons voel ik iemand naderen. Ik kan er voor kiezen om aan de kant te gaan. Iets wat ik zou doen als ik als verzorgende rondliep. Maar daar kies ik nu niet voor. Want jij kiest hier ook niet voor. Je bent je er ook niet bewust van dat je nu aan de kant ‘moet’ gaan. Het is een geschreven regel die we nu ongeschreven laten.

 

Na een kleine minuut draai jij je wel om en ik draai met je mee. De vreemdeling achter ons loopt zachtjes langs ons heen. Je zucht nog eens.. Ik ook..

 

 

Wat fijn dat ik hier mag zijn. Wat fijn dat de vreemdeling op ons wachtte. Wat fijn dat ik het niet meer koud heb. Wat fijn dat jij het niet meer koud hebt. Wat fijn dat we elkaars warmte mochten voelen. En wat was het fijn dat ik heel even met je mee mocht wandelen… Huub, wandelen we nog heel even door?