Klaartje heeft haar dagboek open laten liggen. Niet handig natuurlijk, maar voor jou wel de kans om een uniek inkijkje te krijgen in haar ontmoetingen met anderen. Lees snel verder voordat ze haar dagboek vindt en weer dichtslaat!



9 juli 2020,

Als de dag van gisteren, zat ik in de huiskamer op de zadelkruk bij mevrouw Haage bij het raam. Met een lepel schraap ik het laatste restje verdikte koffie uit de beker. Met moeite heb ik deze aan mevrouw kunnen geven. Contact maken lukte mij niet. Of ik nu tegen haar praatte, de lepel op verschillende plekken tegen haar lippen had gehouden of over haar arm had gewreven.. het contact was niet anders dan alle maanden daarvoor; dichte ogen, geen mimiek, geen klank, geen ontmoeting. Het was een opluchting voor iedereen in het team als je aan elkaar kon mededelen dat mevrouw haar drinken of maaltijd had genuttigd. Ook deze beker koffie was een beproeving geweest.

De eigen kinderen van mevrouw Haage worstelden hier ook zichtbaar mee; ze kwamen steeds minder frequent op bezoek.

 

Na de laatste hap wil ik in een vlucht weer op gaan staan om de andere bewoners een tweede kop koffie aan te bieden, maar met eenzelfde snelheid beland ik weer op de kruk. Met grote ogen kijk ik naar de ingang van de woonkamer. Er staat een prachtige verschijning: een mild aangekleed clownspersoon met een bescheiden rood neusje op. In alle rust neemt ze de ruimte in zich op en daardoor ook de ruimte in.

Niet alleen ik, maar ook een aantal andere bewoners hebben haar gezien. Met aandacht en een neergestreken stilte wordt er naar haar gekeken.

 

In eerste instantie schrik ik van haar verschijning, want wat zal deze clown allemaal overhoop gaan halen? Een clown? Dit is toch helemaal niet gepast voor mensen met dementie?

Toch weet ze me al snel te verbazen. Want ze doet niets.. helemaal niets..

Nou ja, niets? Met een grote innerlijke rust loopt ze de kamer in en neemt ze alles met een alertheid en incasseringsvermogen op waar ik u tegen zou kunnen zeggen. De mensen zien haar, zij ziet hen en bewondering wordt zonder woorden en grote bombarie aan elkaar uitgedeeld.

Ik zie haar blik naar mevrouw Haage toe gaan. Langzaam sta ik op om ruimte voor haar te maken.

Met een duidelijk, rustig hoorbare zucht, knielt zij naast mevrouw neer. En opnieuw doet ze helemaal niets.

Of toch weer wel? Ik merk dat ze haar ademhaling op die van mevrouw Haage afstemt en ze eerst een tijd alleen maar met haar mee ademt. Daarna volgt haar hand die ze met rust op de hare legt. Af en toe komt er een korte hum over haar lippen, maar meer niet.

 

En dan... Na een aantal minuten waarin ook de hele huiskamer, abrupt in stilte na haar binnenkomst, dit heeft gadegeslagen.. opent mevrouw Haage haar ogen! Ze zoekt met haar blik de ruimte door, maar laat deze uiteindelijk bij de clown rusten. Vol warmte worden blikken uitgewisseld. De strelende hand op die van mevrouw maakt dat mevrouw zelf ook haar handen heen en weer wrijft op die van de clown. De mond gaat zo nu en dan open. Alsof ze mee wilt hummen op de tonen die door de ruimte klinken.

Mijn hart vult zich met warmte en iets begint in mij te kriebelen.

Liefdevol sluit de clown na verloop van tijd het contact af en verlaat rustig de ruimte.

 

In verwondering blijft mevrouw Haage, de andere bewoners en ikzelf achter.

 

Wauw!

 

De clown blijkt achteraf niet een clown te zijn, maar een miMakker.

En na die middag wist ik één ding zeker over de miMakker.. 

Dat... dat wil ik ook!

 

Deze ontmoeting werd het begin van mijn eigen opleiding tot miMakker en de ontmoetingen die ik vandaag de dag als miMakker, net als haar, mag hebben.

Dit.. dit is wat ontmoeten is. Een ontmoeting met een gouden randje erom heen.

 

Dus.. zullen we dat allemaal af en toe een beetje meer doen? Een beetje meer van: helemaal niets?

22 juli 2019,

 

Bij mijn binnenkomst merkte ik het al. Ze schrok. Niet alleen van mijn stem, zang of bewegingen bij/met andere bewoners, maar van alles. Ze schrok van de mensen die achter haar langs liepen. Ze schrok van de hardere en zwaardere tonen in gesprekken bij anderen. Ze schrok ook van deuren die dicht werden gedaan en de telefoon als deze over ging. Alles wat verrassend is of niet verwacht door het in gang zetten van haar eigen handelen, maakte deze reactie.

Het raakte me. De manier waarop ze elke schrik opving: met een lichte schok in haar lichaam en de doffe, ver weg kijkende, blik. Maar ook de zachtaardigheid die daarmee gepaard ging: ze draaide met haar gezicht half schuin naar de plaats toe gericht waar het geluid, de stem, de telefoon of het dichtklappen van de deur vandaan kwam. En elke schrikverwerking werd afgesloten met een kleine glimlach en niet altijd verstaanbaar gemompel. Het leek wel alsof ze zich excuseerde voor de externe bron die haarzelf aan het schrikken maakte.

 

Het lukte mij niet direct om bij haar te zijn, er waren een aantal anders bewoners die mij direct op merkten en waar ook direct warm contact mee ontstond. Dat accepteerde ik met het idee: het maakt niet uit. Straks zoek ik je echt even op.

Ze stond, halverwege de contacten die ik had met anderen, nog even op. Liep naar de bron van het geluid en kwam daarna, gelukkig, ook weer bij mij en de andere bewoners terug. Het maakte mij blij dat ik haar niet "kwijt" was en we elkaar in de buurt bleven houden. Want af en toe zagen we elkaar wel. Ze keek me dan warm en recht in de ogen aan. De glimlach volgde dan ook bijna elke keer en werd afgesloten met een klein, misschien wel goedkeurend, knikje. Op deze momenten kon ik niet anders dan deze glimlach met eenzelfde glimlach te beantwoorden en ook een knikje terug te geven.

 

Na verloop van tijd was het zover. Ik kon in alle rust, want de andere bewoners wisten nu allemaal dat ik er was en daar had ik ook mijn gezicht aan laten zien, naast haar gaan zitten. Niet in een stoel, maar op mijn knieën naast haar stoel. Onze blikken beiden naar voren gericht. Mijn armen liet ik rusten op haar rollator die voor mij stond. Opnieuw een liefdevolle blik, een glimlach en een knikje.

Ik kon op dat moment niets anders dan alleen haar tempo volgen. De spanning in haar lichaam merkte ik op, naast de snelheid in het soms schichtig rondkijken naar de geluidsbronnen. Wat een energie moet haar deze dag weer gaan kosten. Een besef van de grote impact die kleine dingen teweeg kunnen brengen, drong bij mij door. Want de verzorgenden van de woning lette echt heel goed op hun eigen aanwezigheid. Er werd zacht gelopen, de gesprekken waren niet hard en niet in het bijzijn van de bewoners. En toch... toch was alles voor haar wel snel, aanwezig, hard en vluchtig.. Omdat haar waarneming duidelijk vertraagd was met die van anderen, maar wel een alertheid vroeg die haar gespitst liet staan, deed ik helemaal niets. Met een duidelijk hoorbare lange zucht liet ik mijn lichaam ontspannen en iets meer "zakken". Ze zag het en keek liefdevol mijn kant op. Een glimlach en een knik. Haar blik weer naar voren gericht. Ik volg en doe daardoor hetzelfde.

Na een kleine minuut laat ik mijn hand langzaam van de rollator gaan en steek ik deze naar voren. Ze merkt het op en vraagt: "Wil je koffie?" "Ja, lekker", antwoord ik. Meteen strekt mevrouw haar hand uit naar één van de lege koffiebekers voor ons op tafel. Ze houdt de beker voor me en ik strek mijn hand uit tot boven de beker. Daar houdt ik mijn hand even stil en we kijken elkaar opnieuw aan. Ze lacht. En ze zegt: "Toe maar!" Het snelle knikken bij deze opmerking maakt dat ik mij aangemoedigd voel, waarop ik mijn vingertoppen allemaal tegen elkaar aan houdt en tot halverwege de beker stop. Daar beweeg ik mijn vingers wat heen en weer en terwijl ik dit doe kijken we elkaar weer aan. Ze lacht nog iets harder en hoorbaarder: "Ahhh, een zoetje!" "Ja!", roep ik enthousiast. Mijn vingers gaan uit de beker en ik krijg de beker in mijn hand gestopt. Met een lach pakt ze haar eigen beker en neemt ze een slok. In haar beker zit wel koffie. Ik doe hetzelfde, maar met een duidelijk hoorbare slurp. Dat is immers hoe ik mijn koffie drink als er niets in de beker zit. Terwijl we gelijktijdig de beker van onze mond halen kijkt ze me aan en zegt ze met een ondeugende lach: "vellen?". "Oh ja.... bah..", zeg ik. En met een vies gezicht houdt ik de beker verder van me af. Ze lacht en zet onze bekers terug op tafel.

En vanaf dat moment was ik in haar tempo en in haar wereld. Zo nu en dan merkte ze nog de andere bronnen op. Als dit zo was volgde ik haar blik, waarneming en reageerde ik net als haar. Bijna gelijktijdig, in volledige afstemming. Maar elke reactie was zachter dan voorheen en de schrik ging over in een berustende constatering. Wat fijn dat ook haar lichaam na verloop van tijd ontspande en ze zich met haar rug liet zakken tegen de rugleuning van haar stoel. Wat fijn dat dit korte, maar kostbare moment, een scherpe rand weg kon halen in haar angstige wereld.

Wat fijn dat ik heel even met haar samen kon zijn.

 

Toen ik de huiskamer uit liep en haar liet zien dat ik de hond (mijn handpop) ging uitlaten, was de rust in haar lichaam nog steeds zichtbaar. De warme blik was niet voor korte en vluchtige momenten waarin ze zich excuseerde voor onverklaarbare geluidsbronnen, maar hij was voor andere bewoners en de zuster die bij hen aan tafel was gaan zitten.

Het raakte me dat dit contact van deze betekenis kon zijn.

Tegelijkertijd besefte ik ook dat het voor een voorbijganger misschien als een heel gewoon gesprek of ontmoeting eruit heb kunnen zien. Maar ik weet ook dat ik zonder neus mijn hand niet in de beker had kunnen of misschien wel mogen steken. Dat ik niet de tijd had gehad voor het "uitbouwen" van het samen koffie drinken. En dat ik haar niet in zo'n rust achter had kunnen laten.

 

Terwijl ik de gang uitloop hoop ik dat ze in deze rust nog heel de dag mag blijven.